Naar hoofdinhoud
1.. Voorafgaand aan de openbare voordracht wordt de opdracht gegeven om een kandidaat-wethouder te onderwerpen aan een diepgaande risicoanalyse integriteit. 2.. Bij de risicoanalyse van de kandidaat-wethouder worden alle onderdelen zoals aangegeven in de Handleiding Basisscan Integriteit, in de analyse betrokken om alle relevante aspecten aan bod te laten komen. 3.. De voorzitter van de raad heeft het mandaat om toe te zien op de uitvoering van de risicoanalyse integriteit kandidaat-wethouder en om voor de uitvoering van de risicoanalyse een extern adviesbureau in te schakelen. De voorzitter van de raad brengt over het eindresultaat van de risicoanalyse verslag uit aan de commissie geloofsbrieven. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 4.. Ter voorbereiding op het besluit tot benoeming van een kandidaat-wethouder toetst de commissie geloofsbrieven de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval de volgende voorschriften, documenten en aandachtspunten: een Verklaring Omtrent het Gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; de artikelen 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten); de artikel 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties); de artikel 41c, 15, 36b en 46 Gemeentewet (onverenigbare functies); de gedragscode wethouders en burgemeester; het verslag risicoanalyse integriteit zoals bedoeld in lid 1 tot en met 3 5.. De commissie geloofsbrieven brengt advies uit aan de raad over haar bevindingen. Zo nodig wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het commissieadvies. 6.. Een stemming over de benoeming van wethouders is geheim. Een raadslid dat zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming tot wethouder kan aan die stemming deelnemen. 7.. Nadat de wethouder is benoemd en de benoeming heeft aanvaard, legt de wethouder in de raadsvergadering de voorgeschreven eed of belofte af.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel