Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag moet, op grond van het bepaalde in artikel 4:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, zijn gedagtekend en door of namens de aanvrager zijn ondertekend en bevat tenminste de volgende gegevens: de naam van de aanvrager; het adres van de aanvrager; Een aanduiding of er een ontheffing voor bewoners, eigenaren of houders van een campingstandplaats of recreatiewoning, ouders met schoolgaande kinderen, bedrijven en instellingen, een dagontheffing of een functionele ontheffing wordt aangevraagd. 2. . Een aanvrager is, op grond van het bepaalde in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, daarnaast verplicht om de gegevens en bescheiden te verstrekken die voor een beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het college vindt het in ieder geval noodzakelijk dat bij de aanvraag het kenteken wordt vermeld van het motorvoertuig of van de motorvoertuigen waarvoor de aangevraagde ontheffing in ieder geval gebruikt gaat worden. In lid 3 tot en met 7 van dit artikel wordt per soort ontheffing verduidelijkt welke gegevens het college verder in elk geval nodig acht om een beslissing op een aanvraag voor een dergelijke ontheffing te kunnen nemen. 3. . Een aanvraag voor een ontheffing voor bewoners gaat in het geval de aanvrager geen eigenaar is van het motorvoertuig vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto). 4. . Een aanvraag voor een ontheffing ten behoeve van een campingstandplaats of recreatiewoning gaat vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager eigenaar of houder is van de betreffende campingstandplaats of recreatiewoning, zoals een koop- of huurovereenkomst. Deze aanvraag gaat in het geval de aanvrager geen eigenaar is het motorvoertuig daarnaast vergezeld van een document waaruit blijkt dat de aanvrager de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto). 5. . Een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2 lid 4 of 8 gaat in het geval de persoon ten behoeve waarvan de ontheffing gaat worden gebruikt geen eigenaar is van het motorvoertuig vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat deze persoon de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto). 6. . Een aanvraag voor een ontheffing ten behoeve van ouders met schoolgaande kinderen en/of kinderen die naar een voorziening voor kinderopvang gaat vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat het kind of de kinderen ten behoeve waarvan een ontheffing wordt aangevraagd ingeschreven staat of staan op een school en/of een voorziening voor kinderopvang of voorschoolse opvang binnen het gebied als bedoeld in bijlage 2. 7. . Een aanvraag voor een functionele ontheffing gaat vergezeld van een toelichting waarbij de aanvrager vermeldt waarom de ontheffing noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel