Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.6

Planmatig onderzoek

Onderdeel van Dienstverleningsplan Participatiewet, IOAW & IOAZ 2025

Het traditionele (her)onderzoek bestaat uit een geplande en volledige herbeoordeling van het recht op bijstand. Hierbij kijken we of de bijstand terecht is verleend en of de verplichtingen zijn nagekomen. De consulent inkomen ontvangt jaarlijks een signaal voor (her)onderzoek en beoordeelt of dit nodig is. De consulent rapporteert hierover. Bij een besluit tot (her)onderzoek stuurt de consulent inkomen een uitnodigingsbrief naar de inwoner. De consulent kan ervoor kiezen om een heronderzoeksformulier bij te voegen. In dit formulier worden verschillende vragen gesteld en bewijsstukken opgevraagd. Het periodiek rechtmatigheidsonderzoek is een gepland en volledig onderzoek naar het recht op bijstand over de afgelopen periode en het recht op voortzetting van de uitkering. Dit onderzoek vindt zoveel mogelijk plaats via een persoonlijk gesprek. Het doel is niet alleen om de rechtmatigheid en naleving van de verplichtingen te controleren, maar vooral om het contact met de inwoner te behouden. Tijdens dit contact kunnen we ook aandacht besteden aan de volgende onderwerpen: Voorkomen van niet-gebruik minimaregelingen; Vroegsignalering van schulden en doorverwijzing naar schuldhulpverlening; Bij hulpvragen of signalen de inwoner in contact brengen met het Sociaal Team; Uitvraag van voortgang traject participatie en/of werk bij inwoner. Het gesprek benutten als kans om de inwoner verder te motiveren richting participatie of werk. De consulent inkomen heeft ook een regiefunctie als het gaat om de arbeidsplicht. Dit betekent dat de consulent de voortgang van trajecten volgt, alleen niet de inhoud ervan. Dit is belangrijk voor het recht op een uitkering. Voor het heronderzoek of besluit neemt de consulent inkomen contact op met de contactpersoon van WBRN of de consulent participatie om de voortgang van het traject te bespreken. Voor veel inwoners die bijstand ontvangen, kan de werkwijze eenvoudig en soms minder vaak (hiermee bedoelen we niet jaarlijks) zijn. Dit hangt af van de situatie van de inwoner. Bijvoorbeeld voor de inwoner met lage uitstroomkansen vanwege een beperking of het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook de mate van contact met andere consulenten speelt een rol. Wanneer een consulent participatie of statushouders intensief contact heeft met de inwoner, kan dit een reden zijn om af te wijken van het jaarlijkse onderzoek of wordt er een driegesprek gehouden. We proberen elke twee jaar een onderzoek te doen. Zo houden we contact met de inwoner en kunnen we op tijd helpen als dat nodig is. Bij periodieke bijzondere bijstand voor inwoners die geen andere bijstand ontvangen, moet een verlengingsbesluit worden genomen. Dit gebeurt meestal na een jaar, maar de periode kan ook langer zijn. We sturen een brief naar de inwoner om te vragen naar eventuele wijzigingen in de persoonlijke situatie. Op basis van een steekproef controleren kwaliteitsmedewerkers met informatie van het Bureau InformatieDiensten de rechtmatigheid.

Rechtspraak bij dit artikel