Naar hoofdinhoud
Op basis van de bestuurlijke rapportage leg ik een last onder dwangsom op aan de overtreder van artikel 2:74 van de APV. Bij het opleggen van de dwangsom is gekozen voor het betalen van het bedrag per overtreding, omdat de dwangsom beoogt een volgende overtreding te voorkomen. Bij wijze van uitgangspunt wordt daarbij de hoogte van de dwangsom gesteld op € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro)2 In rechtspraak van de ABRvS ECLI:NL:RVS:2020:1117. Na het vollopen van de dwangsom wordt de dwangsom gesteld op €10.000,- (zegge: tienduizend euro) per overtreding met een maximum van €40.000,- (zegge: veertigduizend euro). Dit is terug te vinden in de hier onderstaande handhavingsmatrix. De handel van drugs kent een groot financieel gewin.3 De straatprijzen zijn voor MDMA ongeveer €20,- en voor cocaïne ongeveer €45,- tot €60,- euro per gram, zo is te vinden op de website van Jellinek. Gezien het grote financiële gewin dat gepaard gaat met drugshandel, acht ik het bedrag van € 5.000,- resp. €10.000,- in redelijke verhouding tot de zwaarte van de geschonden norm en de beoogde werking van de herstelsanctie (dwangsomoplegging). Tabel 1: Handhavingsmatrix Hoogte dwangsom bij overtreding 2:74 APV Eerste dwangsom Opleggen last onder dwangsom van € 5.000,- per overtreding met een maximum van €10.000,-. Na vollopen dwangsom Opleggen last onder dwangsom van €10.000,- per overtreding met een maximum van € 40.000,-.

Rechtspraak bij dit artikel