De bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet heeft sinds 1 januari 2019 ook betrekking op zogenoemde voorbereidingshandelingen. Het betreft het voorhanden zijn van voorwerpen of stoffen zoals bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet.
Op grond van artikel 10a betreft het voorwerpen of stoffen, bestemd tot het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs. Op grond van artikel 11a van de Opiumwet betreft het stoffen of voorwerpen, bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt.
De aangetroffen situatie c.q. de aangetroffen voorwerpen en stoffen moeten van dien aard zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de voorhanden zijnde voorwerpen gebruikt zullen worden om strafbare voorbereidingshandelingen te plegen. Dat vereist een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door bijvoorbeeld de politie vastgesteld. Dan gaat het bijvoorbeeld om de ter plekke aangetroffen situatie, de aard en de hoeveelheid van de in beslag genomen stof, de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie en andere uit het opsporingsonderzoek blijkende feitelijkheden zoals resultaten van tapgesprekken of observaties.
Bij deze beoordeling kan ook de Aanwijzing Opiumwet worden betrokken. Bijvoorbeeld bij een (in aanbouw zijnde) hennepplantage, waarbij aan de hand van het aantal (beoogde) planten, de mate van de professionaliteit en het doel van de teelt, het beroeps- of bedrijfsmatige karakter kan worden gewaardeerd. Dat geldt ook voor het Opiumwetbesluit als het gaat om de beoordeling van de grootschaligheid (artikel 1, tweede lid, van het Opiumwetbesluit).
Uit onder andere de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 20204 ECLI:NL:RVS:2020:617, volgt dat om bevoegd te zijn op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, het niet nodig is dat alle aangetroffen voorwerpen tegelijk geschikt zijn om een drugsproductiepunt op te zetten. Voldoende is dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de betrokkene wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de voorhanden zijnde voorwerpen voor dat doel bestemd waren. Ook indien slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn voor de productie van drugs, kan de burgemeester bevoegd zijn, mits de voorhanden zijnde voorwerpen daartoe bestemd zijn. Van belang is of het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs.
Verder hoeft de burgemeester niet aannemelijk te maken dat de aangeschreven persoon zelf wetenschap dan wel een ernstig vermoeden had dat de in het pand aanwezige stoffen of voorwerpen bestemd zijn voor onder meer het telen of bereiden van drugs. De bevoegdheid bestaat als op basis van de feitelijke situatie voldoende aannemelijk is dat er in het pand voorwerpen aanwezig waren waarvan kan worden geweten of ernstig worden vermoed dat deze bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig opzetten van een hennepplantage5 ABRvS 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2523,. Of de aangeschreven persoon wetenschap had, en of deze verwijtbaar heeft gehandeld, kan wel relevant zijn bij de vraag of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik mag maken, in het kader van de evenredigheidstoets.
Het in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf voorhanden zijn van de genoemde voorwerpen of stoffen die tot voorbereidingshandelingen strekken, verschaft de burgemeester de bevoegdheid tot toepassing van een herstelsanctie.
Bij de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet wordt een andere (bewijs)maatstaf gehanteerd dan in het strafrecht. De bevoegdheid van de burgemeester is er niet van afhankelijk of een strafrechtelijke bewezenverklaring van overtreding van artikel 11a van de Opiumwet kan volgen6 ECLI:NL:RVS:2022:3378. Hetzelfde geldt als artikel 10a Opiumwet van toepassing is.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1.
Artikel 4.1.4.
Voorbereidingshandelingen
Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops, gemeente Zaltbommel