Naar hoofdinhoud
Als blijkt dat een sluiting van een pand noodzakelijk is, dient onderzocht te worden of de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit deze beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals (maar niet uitputtend) de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, het bestaan van een bijzondere binding met een pand, de mogelijkheid om het pand na de sluitingsperiode weer te kunnen gebruiken, of – ingeval van een woning – de overtreder door sluiting op een zwarte lijst komt te staan bij een woningcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio en of er – ook bij een woning – minderjarige en in het bijzonder jonge kinderen in de woning wonen. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat een sluiting noodzakelijk geacht wordt. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig, bijvoorbeeld als de betrokkene een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de overtreding of gezien de ernst en omvang van de overtreding.

Rechtspraak bij dit artikel