Zoals vermeld onder 4.3 is het uitgangspunt van deze beleidsregel dat gekozen wordt voor een last onder bestuursdwang in de vorm van een sluitingsmaatregel. Voor woningen geldt hetzelfde uitgangspunt, mits er sprake is van een ernstig geval. Als daar geen sprake van is, wordt gekozen voor een waarschuwing.
Is er wel sprake van een ernstig geval, maar wordt op grond van de uitgevoerde evenredigheidstoets een sluitingsmaatregel onevenredig geacht, maar een waarschuwing als te licht (in verhouding tot de ernst en omvang van de overtreding en/of de mate van verwijtbaarheid), dan kan gekozen worden voor het aan de overtreder opleggen van een last onder dwangsom.
Bij een hennepkwekerij met of ingericht voor minder dan 200 planten geldt als uitgangspunt dat wordt gekozen voor een dwangsombedrag van €25.000,- (ineens). Bij een kwekerij met of ingericht voor van 200 tot 500 planten bedraagt de hoogte van de dwangsom €50.000,- (ineens) en bij een kwekerij met of ingericht voor 500 planten of meer voor een bedrag van €75.000,- (ineens). Voor alle andere overtredingen geldt een dwangsombedrag van €50.000,- (ineens) als uitgangspunt. Van de hoogte van een dwangsom dient een voldoende financiële prikkel uit te gaan om een nieuwe overtreding te voorkomen. Indien specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven kan in de genoemde gevallen voor een hoger of lager dwangsombedrag gekozen worden dan de hiervoor genoemde.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3.
Artikel 6.3.1
Waarschuwing/last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops, gemeente Zaltbommel