Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Wanneer heeft u recht op de vergoeding?

Onderdeel van Beleidsregels vergoeding kinderopvang Sociaal Medische Indicatie gemeente Dalfsen

Om te bepalen of u de vergoeding nodig heeft, kijkt het college naar het volgende: Is het mogelijk dat u zelf (tijdelijk) in uw netwerk opvang van uw kind regelt? Bijvoorbeeld dat opa, oma of de buurvrouw de zorg tijdelijk overneemt. Dit bespreekt u met de jeugdarts. Zijn er andere voorzieningen voor de opvang van uw kind? Dit noemen we voorliggende voorzieningen. Voorliggende voorzieningen: Krijgt u op een andere manier al een vergoeding voor kinderopvang of kunt u die krijgen, zoals kinderopvangtoeslag? Kan uw kind naar peuteropvang en/of voor- en vroegschoolse educatie? Dit kan in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Deze vorm van opvang wordt ook (deels) betaald door de gemeente. Dit kunt u ook bespreken met de jeugdarts. Soms kan er al een voorziening zijn toegekend aan u en kunt u daarmee de opvang regelen. Denk aan: Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag); Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ); Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO); Wet Langdurige Zorg (WLZ) (u heeft dan recht op kinderopvangtoeslag); Zorgverzekeringswet; Zorgverlof (bijvoorbeeld voor uw partner om tijdelijk de zorg over te nemen) ; Een bijdrage/ondersteuning van de werkgever; Als er naast de voorliggende voorziening toch nog extra opvang nodig is, dan kan de jeugdarts (of jeugdconsulent) extra uren adviseren. Deze kunnen dan alsnog vanuit deze vergoeding voor SMI worden betaald.

Rechtspraak bij dit artikel