Naar hoofdinhoud
1.. Het in artikel 34, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap. 2.. De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijkse bijdrage. 3.. Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de gemeente onderscheidenlijk het waterschap. 4.. De colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen kunnen unaniem besluiten af te wijken van hetgeen in dit artikel is bepaald. Artikel 61, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn van overeenkomstige toepassing op het besluit tot afwijking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel