**1..** Het algemeen bestuur bestaat uit acht leden.
**2..** De minister wijst vier leden aan.
**3..** De colleges van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen wijzen uit hun midden gezamenlijk vier leden aan. Een algemeen bestuur van een waterschap kan daarbij ook kiezen uit de voorzitter van het waterschap of de leden van het dagelijks bestuur.
**4..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de colleges van de gemeenten of van de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen afloopt.
**5..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden bij de colleges van de gemeenten of van de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen.
**6..** Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vijfde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
**7..** De colleges van de gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de colleges over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.
**8..** Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de minister, de colleges of de algemene besturen van de waterschappen zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
**9..** Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
Artikel 4:
Samenstelling Algemeen Bestuur
Onderdeel van Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Brabants Historisch Informatiecentrum 2024