Deze beleidsregels zijn van toepassing op het huishouden dat in toeslagenjaar 2023 of 2024:
een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet;
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Het huishouden dat voor toeslagenjaar 2023 behoort tot de doelgroep van deze beleidsregels vraagt bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek aan in het jaar 2025 en een huishouden dat voor toeslagenjaar 2024 behoort tot de doelgroep van deze beleidsregels vraagt bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek aan in het jaar 2026.
Deze beleidsregels zijn ook van toepassing op een voormalig huishouden waarvan de personen op de datum van aanvraag niet langer fiscaal partner zijn, maar dit wel waren over een gedeelte van de toeslagenjaren 2023 of 2024. Van een voormalig huishouden heeft elk van de voormalig fiscaal partners recht op de helft van de tegemoetkoming die op basis van deze beleidsregels kan worden toegekend.
Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.
Artikel 2.