Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2- › Paragraaf 2.

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Monumentenverordening 1989

1.. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 8 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. 2.. De vergunninghouder wordt van het voornemen tot intrekking in kennis gesteld en in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Het besluit tot intrekking wordt met redenen omkleed en in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel