Bij de definitie van parkeercapaciteit is al aangegeven dat garages en opritten op privégrond voor een bepaald percentage meetellen. Uit de praktijk blijkt dat de beschikbare parkeergelegenheden op eigen terrein niet altijd als zodanig worden gebruikt. Voor parkeervoorzieningen op eigen terrein worden daarom bij de bouw van meerdere woningen de rekenwaarde gehanteerd uit de tabel 1.
Tabel 1
Parkeervoorziening op eigen terrein
afmetingen
theoretisch aantal
berekenings- Aantal
enkele oprit zonder garage
Oprit min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,8
Lange oprit zonder garage of carport
Oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
2
1
Dubbele oprit zonder garage of carport
Oprit min. 5,0 meter diep en 5,0 meter breed
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,6
Garagebox (niet bij woning)
Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,7¹
Garage met enkele oprit
Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
2
1,2
Garage met lange oprit
Oprit en garage min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
3
1,5²
Garage met dubbele oprit
Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 5,0 meter breed
3
2,0²
Mits de parkeerplaats ook in gronduitgiftevoorwaarden en koopovereenkomsten is/wordt vastgelegd.
Berekeningsaantal is nooit hoger dan de parkeernorm.
Bij nieuwbouwprojecten wordt voor bezoekers altijd 0,2 parkeerplaats per woning op openbaar terrein aangelegd (bezoekersdeel).
Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen bij meerdere woningen is een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat niet per woning bepaald wordt wat de parkeernorm is, maar voor het gehele gebied. In het geval van woningen is het onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden op eigen terrein geen vereiste.
De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Afronding wordt naar boven gedaan.
voorbeeld 1: Individuele woning in bestaande wijk
Aan de hand van bijlage 1 kan bepaald worden binnen welke sector de woning behoort en wat daarbij de parkeernorm is. Afronding van de parkeernorm vindt altijd naar boven plaats.
Bij de bouw van een individuele woning in een bestaande wijk dient het theoretische aantal parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Er wordt hierbij dus geen rekening gehouden met de rekenfactoren van tabel 1. In het geval van individuele woningen is het op eigen terrein onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden geen vereiste.
Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm aangeeft. De regels omtrent de aanleg c.q. uitbreiding van uitritten bij woningen zijn opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Opmeer 2023 en de Beleidsregel Uitwegen 2024.
Rekenvoorbeeld
In een bestaande wijk in Hoogwoud wordt 1 middeldure sector woning gebouwd.
Parkeernorm: 1,8. Afronding betekent dat 2 parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.
Onafhankelijk van elkaar wegrijden is bij individuele woningen geen vereiste. Aanvrager kan dus kiezen uit het realiseren van:
garage en een oprit (beide 5,0 m diep en 2,5 m breed)
een brede oprit (5,0 m diep en 5,0 m breed)
een lange oprit (10,0 m diep en 2,5 m breed)
Voorbeeld 2: Meerdere woningen in bestaande wijk
Bij de bouw van meerdere woningen is het noodzakelijk dat per woning 0,2 parkeerplaatsen per woning in het openbare gebied worden aangelegd voor bezoekers. Hier wordt wel rekening gehouden met de rekenfactoren.
Rekenvoorbeeld
Centrum Opmeer: 10 woningen dure sector met lange oprit en garage/carport.
Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 10 * 2.0 = 20 parkeerplaatsen
In het plan opgenomen conform berekeningsaantal: 10 * 1,5 = 15 parkeerplaatsen op eigen grond. Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen op openbaar terrein (volgens berekening):
20 – 15 = 5 parkeerplaatsen.
Daarnaast is per woning altijd tenminste 0,2 parkeerplaats op openbaar terrein noodzakelijk. Dit betekent dat 10*0,2 = 2 parkeerplaatsen op openbaar terrein noodzakelijk zijn. Hieraan wordt voldaan.