Het kunnen voeren van een huishouden vergroot de zelfredzaamheid en maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Hulp bij het huishouden is een vorm van ondersteuning die ervoor zorgt dat inwoners een huishouden kunnen voeren. De gemeente heeft binnen de Wmo een compensatieplicht voor het bereiken van het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’, ‘beschikken over schone was’, ‘beschikken over maaltijden (warm en brood)’, ‘boodschappen voor het dagelijks leven’, ‘kinderen in huis zijn verzorgd’ en ‘organisatie van huishoudelijke taken.’. Uiteraard kijken we naar de mogelijkheden en eigen kracht van de inwoner voor het bepalen van de benodigde hulp.
Een schoon en leefbaar huis
Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne- eisen. Schoon staat voor de situatie dat de inwoner, tussen de momenten dat de hulp weer komt, in staat moet zijn om de ‘algemene hygiëne’ in huis op orde te houden. Hiermee borgen we dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van inwoners worden voorkomen.
Dat betekent dat inwoners ‘op middenhoogte’ een aantal zaken in huis voldoende bij moeten kunnen houden: wastafel, aanrecht, toilet(ten) en stof afnemen op middenniveau. De inwoner moet de vloeren kunnen bijhouden: zelf, bijvoorbeeld met een (steel)stofzuiger, Swiffer of met een robotstofzuiger of door iemand anders en er is geen sprake van verzwarende factoren/beperkingen waardoor er mogelijk extra hulp bij het huishouden ingezet moet worden.
Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap/overloop. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden.
Bij het schoonmaken van de woning krijgt de inwoner ondersteuning die gericht is op het periodiek schoonmaken van de woning. Samen met de zorgaanbieder van keuze stemt de inwoner af welke huishoudelijke taken door hem zelf kunnen worden opgepakt (of door het netwerk etc.) en welke activiteiten de zorgaanbieder uit moet voeren.
Maatstaf Schoon en leefbaar
De werkzaamheden die bijdragen aan het resultaat ‘schoon en leefbaar’ kunnen onderscheiden worden in drie typen taken, te weten niet-uitstelbare taken, uitstelbare taken en incidentele werkzaamheden.
Niet-uitstelbare taken: Het niet kunnen verschuiven van taken naar een later tijdstip. Deze taken dienen bij voorkeur direct te worden uitgevoerd. Wachten tot de volgende dag is niet gewenst/mogelijk.
Uitstelbare taken: Het verschuiven van taken naar een later tijdstip is zonder risico’s goed mogelijk. Deze taken kunnen zo nodig verschoven worden naar een van de volgende dagen. Een voorbeeld van een uitstelbare taak is het wassen van de ramen (binnenkant).
Incidentele werkzaamheden: Naast de taken die frequent worden uitgevoerd, zijn er ook zogenaamde laag frequente werkzaamheden te benoemen. Dit zijn taken die niet behoren tot de gangbare standaard taken en zich (ook) kenmerken door een bepaalde mate van uitstelbaarheid. Denk aan het wassen van de vitrage en gordijnen, het poetsen van deuren, boenen van de keuken, etc.
Beschikken over schone was
Het kunnen beschikken over schone was houdt in dat de inwoner, indien nodig, ondersteuning ontvangt zodat deze over schone was kan beschikken. Concrete taken bij deze maatwerk ondersteuning omvatten het wassen, het drogen, opvouwen en opbergen/opruimen van de was. Het beschikken over een wasmachine is volgens het gemeentelijke beleid algemeen gebruikelijk. Ten aanzien van strijken zijn er voorliggende oplossingen beschikbaar in de vorm van strijkvrije kleding. Alleen in uitzonderingsgevallen waarbij er een noodzaak tot strijken is, bijvoorbeeld bij een papieren huid, kan strijken onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.
Beschikken over maaltijden (warm en brood)
Broodmaaltijden
Het bereiden van een broodmaaltijd kan onder de huishoudelijke ondersteuning vallen wanneer iemand niet in staat is om hier op eigen kracht of met hulp van het netwerk in te voorzien. Als deze ondersteuning noodzakelijk is dan wordt ervan uitgegaan dat eenmaal per dag de broodmaaltijden voor die dag worden klaargemaakt. Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien. Bij de beoordeling van de noodzaak dient ook te worden gekeken of de cliënt bijvoorbeeld andere voorzieningen heeft die hierin ondersteuning kunnen bieden.
Warme maaltijd
Hieronder valt het opwarmen van de maaltijd, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen. Gezien het aanbod van (warme) kant-en-klaar maaltijden is ondersteuning bij dit resultaatgebied in beginsel niet noodzakelijk. Wanneer door individuele situaties de eigen kracht, voorliggende wetgeving en de maaltijdservices niet toereikend zijn, kan het bereiden van de warme maaltijd onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.
Boodschappen voor het dagelijks leven
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom boodschappen. In zijn algemeenheid gaat de gemeente ervan uit dat hier, als voorliggende voorziening, boodschappendiensten of -services voor beschikbaar zijn. Wanneer door individuele situaties dit niet toereikend is, kan het opstellen van boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en het opruimen van de boodschappen onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.
Kinderen in huis zijn verzorgd
Bij de zorg voor minderjarige kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als de vaste verzorgers niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en naar bed brengen. In uitzonderlijke gevallen kan het houden van toezicht en begeleiden van kinderen onder kindzorg vallen. De feitelijke frequentie van de ingezette zorg is sterk afhankelijk van de individuele situatie, waarbij kindzorg wordt ingezet om het gezin tijdelijk te ondersteunen bij de zorg van kinderen. De indicatie wordt in principe afgegeven voor een maximale duur van drie maanden zodat ouders de mogelijkheid krijgen een structurele oplossing te vinden. Ondersteuning via de Wmo 2015 na deze drie maanden is slechts in hoge uitzondering mogelijk.
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Deze strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding, inclusief zorg bij ziekte. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van een van de ouders de andere ouder deze zorg of zijn aandeel in de zorg overneemt. Zo nodig kan de cliënt gebruik maken van zorgverlof, kinderopvang, buitenschoolse opvang, hulp van familieleden of netwerk en dergelijke. Ondersteuning vanuit dit resultaatgebied is alleen bij hoge uitzondering en tijdelijk mogelijk als ouders door een acuut ontstaan probleem een oplossing nodig hebben en geen andere oplossingen of voorliggende voorzieningen mogelijk zijn. Door tijdelijk ondersteuning te bieden krijgen ouders de mogelijkheid in een structurele oplossing te voorzien. Van ouders mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden.
Organisatie van huishoudelijke taken
Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Als het zo is dat een hulp daar aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kan hiervoor extra tijd (30 minuten per week) geïndiceerd worden. Advies-instructie-voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt.
Hoofdstuk 4. › § 4.1
Artikel 4.1.1
Omschrijving resultaat
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026