Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › § 4.1

Artikel 4.1.2

Aanspraak op hulp bij het huishouden

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026

Bij de beoordeling of aanspraak bestaat op hulp bij het huishouden wordt gekeken naar: Is de inwoner ingezetene van de gemeente? (zie § 3.1.1) Behoort de inwoner tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet) Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk? (zie § 3.1.2) Wellicht zijn er bekenden en/of kinderen gewend of bereid te boodschappen te doen en/of de maaltijden te bereiden. Bij de andere mogelijkheden kan rekening worden gehouden met het feit dat bepaalde huishoudelijke taken wel uitstelbaar zijn en het bereiden van maaltijden niet uitstelbaar is. Het aanleren van activiteiten (bijvoorbeeld door inzet van paramedici, zoals een ergotherapeut) gericht op verbeteren van de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt, waardoor de cliënt zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. Is er sprake van gebruikelijke hulp? (zie § 3.1.3 en 4.1.2.1) Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.4) Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.5) Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.6)

Rechtspraak bij dit artikel