Bij de beoordeling of aanspraak bestaat op specialistische hulp wordt gekeken naar:
Is de inwoner ingezetene van de gemeente? (zie § 3.1.1)
Behoort de inwoner tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet)
Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk? (zie § 3.1.2)
Is sprake van gebruikelijke hulp? (zie § 3.1.3 en 4.5.2.1)
Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.4)
Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.5)
Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.6)
Daarnaast moet worden beoordeeld of de inwoner voldoet aan de geldende voorwaarden.
Hoofdstuk 4. › § 4.5
Artikel 4.5.2
Aanspraak op specialistische hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026