Bij het beoordelen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt gekeken:
Behoort de inwoner tot de doelgroep van de Wmo? (zie de artikelen 1.2.1 en 1.2.2 van de wet);
Zijn er andere mogelijkheden, zoals de eigen kracht, mantelzorger(s) of iemand uit het sociaal netwerk? (zie § 3.1.2);
Is sprake van gebruikelijke hulp? (zie § 3.1.3);
Zijn er - deels - voorliggende voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.4);
Zijn er - deels - algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? (zie § 3.1.5);
Zijn er - deels - algemene voorzieningen beschikbaar (zie § 3.1.6);
Kan de inwoner zelfstandig wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24/7 (aanwezigheid of nabijheid of bereikbaarheid) beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist?
Kan de inwoner een medisch toetsbare psychiatrische diagnose overleggen op grond waarvan de noodzaak tot beschermd wonen blijkt
Staat de medische behandeling van de psychiatrische diagnose (nog) op de voorgrond?
Is de grootste kans op herstel in onze regio gezien participatiemogelijkheden en ondersteunend netwerk?
Wordt de inwoner met beschermd wonen in staat gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in een situatie die passend is bij de levensfase van de inwoner?
Hoofdstuk 4. › § 4.5
Artikel 4.5.4.2
Aanspraak
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026