Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › § 4.5

Artikel 4.5.4.6

Beschermd wonen in combinatie met huisvesting

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026

De gemeente beoogt inwoners zo passend mogelijk te laten wonen met zo min mogelijk verhuisbewegingen. Een inwoner woont uitsluitend intramuraal indien een langdurige noodzaak bestaat tot 24 uurs aanwezigheid van zorg. In alle andere gevallen huurt of bezit de inwoner zelf een woning/kamer. Daardoor kan de inwoner ook bij afschaling of verandering van zorgaanbieder blijven wonen in de woning/kamer. Uitzondering daarop zijn vormen van geclusterd wonen waar tijdelijk wonen aan de orde is en de volgende stap in een andere woonsetting plaatsvindt. Indien de zorgaanbieder woonruimte aanbiedt aan inwoners bij wie geen langdurige noodzaak bestaat tot 24 uurs aanwezigheid van zorg, is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor vervolghuisvesting bij afschaling of verandering van zorgaanbieder. Voor alle inwoners is er een perspectief op doorstroom binnen en waar mogelijk uitstroom uit beschermd wonen. De aanbieder heeft specifieke aandacht voor doorstroom en uitstroom naar zelfstandig wonen. Dat betekent dat ingezet wordt op het versterken en ontwikkelen van het netwerk en op het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te wonen. Ook zet aanbieder zich in om inwoners met de toewijzing van variant ‘thuis intensief’ (daar waar mogelijk) door te laten stromen naar de variant ‘thuis basis’.  De intensiteit van de begeleiding op deze onderdelen is per pakket verschillend, omdat afschaling plaatsvindt binnen de pakketten. Het gaat in ieder geval om het aanleren van: Financiële vaardigheden/administratie (inclusief ondersteuning bij verhuizing naar bijv. zelfstandig wonen met geplande ambulante begeleiding of naar de variant ‘thuis basis’). Woonvaardigheden zoals: koken, huishouden, boodschappen doen. Emotionele vaardigheden: de inwoner moet weten wat hij nodig heeft aan structuur, het inroepen van hulp, vaardigheden om hulp te vragen, het opbouwen, gebruiken en onderhouden van het eigen netwerk. Sociale vaardigheden: vaardigheden die nodig zijn voor sociale interactie en participatie (zoals contact leggen met buren, praatje maken, vraag stellen etc.). Artikel 4.5.5 Opvang

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel