Voor de toelating tot de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang worden de volgende algemene toelatingsvoorwaarden gehanteerd:
Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit, of houdt als vreemdeling rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
De regio Meierij en Bommelerwaard en voor de vrouwenopvang ook regio Maasland en Land van Cuijk, is de regio waarbinnen de kans op herstel van de belanghebbende het grootst is, zoals is verwoord in artikel 4.5.5.6 van deze Beleidsregels;
De belanghebbende is niet in staat, zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van de algemene voorzieningen zich te handhaven in de samenleving.
Belanghebbende komt niet in aanmerking voor de opvangvoorziening indien:
Belanghebbende zodanig ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van alledaagse levensverrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en het verrichten van basale huishoudelijke taken, dat die persoon niet door de instelling begeleid kan worden;
Belanghebbende een fysieke of zintuigelijke beperking heeft waardoor de opvangvoorziening niet of onvoldoende toegankelijk is;
Er bij aanmelding duidelijke indicaties bestaan voor dominante verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de instelling begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening;
Belanghebbende ernstig verstandelijk beperkt is en daardoor binnen de instelling niet adequaat begeleid kan worden;
Belanghebbende niet akkoord wenst te gaan met de huisregels en de verblijfsvoorwaarden van de opvanginstelling waaronder het meewerken aan een zekerheidsstelling voor de betaling van de eigen bijdrage;
Belanghebbende zich (na toegang tot de voorziening) ernstig misdraagt jegens andere inwoner in de opvangvoorziening of jegens de medewerkers van de instelling.
Belanghebbende de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs had kunnen vermijden of deze voorzienbaar was zoals bedoeld in artikel 3.2.3 Voorzienbaarheid.
Belanghebbende niet gedurende 3 jaar voorafgaand aan de melding minimaal 2 jaar zijn hoofdverblijf in de regio had, of:
Belanghebbende niet de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk kan aantonen, of:
Belanghebbende geen duurzaam zorgkader heeft in de regio. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van aantoonbare en actuele bekendheid met een specifieke zorgaanbieder in de regio Meierij en Bommelerwaard die voorwaardelijk is om succesvol te kunnen herstellen. In principe geldt dat bij iedere voorgenomen plaatsing in verblijfzorg in onze regio vanuit een andere regio, voorafgaand aan het traject de afspraak wordt gemaakt dat de persoon na uitval of afronding traject terugkeert naar betreffende regio.
Hoofdstuk 4. › § 4.5
Artikel 4.5.5.3
Algemene toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026