Bij een herbeoordeling of de maatwerkvoorziening nog nodig is, wordt in de tweede fase (pgb-onderzoek) opnieuw onderzocht of de inwoner en of zijn vertegenwoordiger bekwaam is/zijn. Ook kan de budgethouder aangeven welke activiteiten wel en niet zijn uitgevoerd en of dat heeft geleid tot de beoogde resultaten. De motivatie waarom iets wel of niet is gelukt, is dan de input voor de evaluatie.
Bovendien kan de budgethouder op dat moment de budgetuitputting verantwoorden. Daarnaast kan de gemeente ervoor kiezen om (periodiek) de budgethouder te spreken over de voortgang van het pgb-plan en de situatie van de budgethouder. Dat kan bijvoorbeeld bij twijfels over de regievaardigheid, bij een indicatie met lange looptijd, bij te verwachten wijzigingen in de persoonlijke omstandigheden of op basis van risico indicatoren. De inwoner is verantwoordelijk om wijzigingen in zijn situatie (die van invloed kunnen zijn op de toegekende maatwerkvoorziening) vooraf door te geven aan de gemeente.
Bijvoorbeeld als de vertegenwoordiger of de zorginzet wijzigt. De budgethouder geeft aan waarom hij deze wijziging wenst en of dat effect heeft op de in het pgb-plan beschreven doelen en resultaten. Als er bijvoorbeeld een grote verschuiving plaatsvindt van de geplande inzet van een professionele hulpverlener naar de inzet van sociaal netwerk, kan dat een reden zijn om in gesprek met de inwoner vast te stellen of de doelen nog bereikt kunnen worden. Uit jurisprudentie blijkt dat een budgethouder mag schuiven tussen bijvoorbeeld individuele begeleiding en groepsbegeleiding.
Als de doelen niet zijn behaald en uit het onderzoek blijkt dat de oorzaak is dat de activiteiten van de zorgverlener niet voldoende gericht zijn op het bereiken van de doelen, kan dat een reden zijn om het pgb te beëindigen. Dan moet er uit het heronderzoek blijken dat de geleverde ondersteuning onvoldoende inwonergericht en/of doeltreffend is. Dat is een teken dat de kwaliteit onvoldoende geborgd is, zoals de wetgever dat heeft bedoeld. Dat is dan de reden om het pgb te beëindigen. Als uit het heronderzoek blijkt dat de inwoner ook onvoldoende heeft geprobeerd om de ondersteuning bij te sturen, is dat ook een grond om het pgb in te trekken en met de inwoner te zoeken naar een passend alternatief van ZIN of ondersteuning vanuit het sociaal netwerk voor de pgb-vaardigheden. Als de inwoner wel voldoende pgb-vaardig is en door omstandigheden het resultaat niet is gehaald, kan de inwoner een andere zorgverlener zoeken en daar een zorgovereenkomst mee afsluiten.
Hoofdstuk 5. › § 5.2
Artikel 5.2.4
Herbeoordeling
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026