Een bijgebouw voor huisvesting in verband met mantelzorg of anticiperend op de mantelzorgsituatie is mogelijk indien en voor zover:
er sprake is van een mantelzorg of pre-mantelzorgsituatie. Aangetoond wordt dat de (pré-)mantelzorger gelet op de (nauwe) sociale relatie (op termijn) in de (intensieve) zorgbehoefte van (pre-)mantelzorgontvanger kan en zal voorzien;
de tijdelijke woning voorziet in de huisvesting van één huishouden bestaande uit maximaal 2 personen (het huishouden van de (pre-)mantelzorger of van de (pre-)mantelzorgontvanger);
de nieuwe situatie voldoet aan de noodzakelijke (bouw)technische eisen (Bbl) om in te wonen;
indien er een nieuwe tijdelijke woonruimte wordt geplaatst er geen grotere oppervlakte wordt gebruikt dan 100 m²;
een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de tijdelijke woning is gegarandeerd, hetgeen wordt aangetoond. Het in gebruik nemen van een bestaand bijgebouw voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
een veilige en beheersbare situatie in verband met calamiteiten is gegarandeerd. De (pre-)mantelzorgwoning moet bereikbaar zijn voor hulpdiensten;
de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen en geen afbreuk wordt gedaan aan een veilige verkeerssituatie;
Indien de (pré-)mantelzorgrelatie tussen bewoner(s) en hoofdbewoner(s) vervalt of de zorgvraag wegvalt dient de tijdelijke (pré-)mantelzorgwoning worden verwijderd. In het geval van een (pré-)mantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten de woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woning. Een tijdelijke (pré-)mantelzorgunit dient binnen zes maanden te worden verwijderd.