Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 5

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Verordening Kamper Erfgoedfonds 2025

Voor een lening komen uitsluitend kosten in aanmerking die verband houden met: de restauratie en/of onderhoud van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden, waarbij de werkzaamheden technisch noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het pand en opgenomen zijn in de bijlage Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten. Er moet sprake zijn van een sobere en doelmatige uitvoering van de werkzaamheden; het treffen van energiebesparende maatregelen die zijn opgenomen in de actuele maatregelenlijst van de Duurzame Monumenten-Lening van het Nationaal Restauratiefonds, mits passend binnen de monumentale en/of cultuurhistorische waarden van het pand; bijkomende kosten die noodzakelijk zijn voor uitvoering van de werkzaamheden, zoals legeskosten, architectenhonoraria, technisch advies, constructierapporten, verduurzamingsonderzoek en kosten voor bouwhistorisch of kleurhistorisch onderzoek. Kosten die reeds zijn gemaakt vóór het indienen van de aanvraag, komen niet voor financiering in aanmerking, tenzij het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend. Kosten voor werkzaamheden die strijdig zijn met de monumentale en/of cultuurhistorische waarden van het pand en/of waarvoor de gemeente na toetsing geen omgevingsvergunning verleent, worden uitgesloten van financiering. De subsidiabele kosten kunnen per aanvraag niet hoger zijn dan € 100.000. Kosten die dit bedrag te boven gaan, komen niet in aanmerking voor een laagrentende lening.

Rechtspraak bij dit artikel