In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren (Stb 2024, 117).
De belasting wordt niet geheven voor honden:
die opgeleid of worden tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden en waarvan ten aanzien de belastingplichtige een verklaring kan tonen van een erkend opleidingsinstituut dat de hond in is opleiding is voor blindegeleidehond.;
die uitsluitend worden gehouden ten dienste van politie, defensie of justitie;
die opgeleid zijn of worden en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden en waarvan de belastingplichtigen ten aanzien van de opleiding een verklaring kan tonen van een erkend opleidingsinstituut dat de hond in opleiding is voor assistentiehond;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in lid 1;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
waarvan de houder geen ingezetene is van de gemeente Kampen en de hond(en) niet langer dan 90 dagen (drie maanden) in het belastingjaar in de gemeente verblijft;
van een aan boord wonende houder, die, ter uitoefening van zijn bedrijf of beroep van schipper, aan boord woonachtig is.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2026