Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.5

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en inning van haven- en kadegelden 2026

Het haven- en kadegeld wordt niet geheven van: vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie of de gemeente; vaartuigen die reizen organiseren met een niet-commercieel doel ten behoeve van zieken en gehandicapten; vaartuigen die ontworpen zijn om materiaal zoals zand, klei of rots van de bodem van waterwegen, rivieren, meren of zeeën op te graven (baggeren) en vervolgens te transporteren naar een andere locatie; vaartuigen die worden gebruikt om toekomstige zeevarenden, zoals kadetten en officieren, praktijklessen te geven in het varen en de maritieme praktijk, en hen te helpen theoretische kennis om te zetten in praktische vaardigheden; vaartuigen die uitsluitend een proefvaart maken; vaartuigen waarvan de schipper kan aantonen dat wegens ernstige familieomstandigheden zoals een sterfgeval of ziekte van een familielid tot en met de tweede graad voor een periode van maximaal 14 dagen van de haven gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost. De vrijstelling kan eenmalig voor 14 dagen worden verlengd. vaartuigen, die, waarvan de schipper dit kan aantonen, gedwongen zijn de haven of kade te gebruiken als gevolg van mist, storm of ijsgang, dan wel wegens ongeval, mits niet wordt geladen en/of gelost. nieuw gebouwde vaartuigen, niet zijnde pleziervaartuigen, die in de gemeente te water worden gelaten of vaartuigen die zich in de gemeente bevindende scheepswerf worden hersteld, mits geen lading wordt ingenomen en geen ander gebruik van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend, door de gemeente aangelegd of onderhouden kunstwerk wordt gemaakt, dan om het vaartuig voor een eerste reis uit te rusten; voor sloop bestemde vaartuigen, niet zijnde pleziervaartuigen, die in de gemeente worden gesloopt, mits zonder lading aangekomen en geen ander gebruik van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend, door de gemeente aangelegd of onderhouden kunstwerk wordt gemaakt, dan om het vaartuig na de laatste reis te kunnen slopen, voor een periode van maximaal 1 maand; met spierkracht voortbewogen vaartuigen; vaartuigen, bestemd om te worden voortbewogen door windkracht, waarbij geen groter zeiloppervlakte kan worden gevoerd dan 12 vierkante meter; vaartuigen, die uitsluitend ten behoeve van proviandering gebruik maken van de haven of kade, mits dat gebruik niet langer duurt dan een aaneengesloten tijdvak van 12 uren; doorvarende vrachtschepen, die aanmeren, mits niet langer dan 12 uur en zij niet laden en/of lossen.

Rechtspraak bij dit artikel