Het college spreekt houders aan op de eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun aanbod. Zodra de kwaliteit tekortschiet, spoort het college de houder aan om deze tekortkomingen snel en structureel te herstellen. Het resultaat van bijvoorbeeld een herstelaanbod kan voor het college reden zijn om niet direct bestuurlijk te handhaven. Door kinderopvanghouders hiertoe in de gelegenheid te stellen, worden tekortkomingen eerder hersteld en kan onnodig handhaven worden voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld passend zijn als overtredingen zijn hersteld of als uit het inspectierapport blijkt dat een overtreding redelijkerwijs binnen afzienbare periode is hersteld.
Deze werkwijze kan worden toegepast wanneer de houder eerder voldoende nalevingsbereidheid heeft getoond en direct is begonnen met het nemen van verbetermaatregelen. Ook is het van belang dat sprake is van een kwalitatief goede en transparante bedrijfs- en beleidsvoering, waarbij geen twijfel kan bestaan over de naleving. Daarvoor zijn onder andere een inzichtelijke en transparante organisatie, beleidsvoering en administratie van belang. De houder moet het college op de hoogte houden van de genomen verbetermaatregelen. Ook kan de toezichthouder op verzoek van het college (nader) onderzoek uitvoeren om te beoordelen in hoeverre de houder daadwerkelijk zelf zorgdraagt voor kwaliteitsverbetering. Wanneer blijkt dat dit niet of onvoldoende het geval is, dan zet het college alsnog bestuurlijke handhaving in om de naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen.
Het herstelaanbod (hoofdstuk 3.6) heeft invloed op de inzet van handhaving. In het rapport is feitelijke informatie opgenomen over de mate van herstel en de nalevingsbekwaamheid en -bereidheid van de houder. De handhaver weegt dit mee in het handhavingsbesluit en blijft altijd bevoegd om een herstelmaatregel op te leggen. Ook kan het college na herstel een bestuurlijke boete opleggen voor de overtreding die in het verleden is begaan.
Het college kan gebruik maken van één van de volgende handhavingsmaatregelen waarbij 4.6.2 t/m 4.6.7 herstellende maatregelen zijn en 4.6.8 een bestraffende maatregel is.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.1
Mogelijke maatregelen na herstelaanbod
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Gemeente Zeewolde 2026 en verder