Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leusden 2026

1.. Alle subsidietarieven en -bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het ministerie van SZW voor het landelijk maximum uurtarief (Rijksoverheid, Ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag (z.d.)), tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken. 2.. De subsidie bestaat uit een bijdrage aan de aanbieder per kind, per uur tot aan maximaal de subsidienorm. Het maximale uurtarief dat voor subsidiëring in aanmerking komt, overschrijdt nooit het uurtarief dat de betreffende aanbieder hanteert; 3.. Subsidienorm wordt berekend over: het maximum uurtarief conform de toeslagregeling van de belastingdienst voor de kinderopvangtoeslag voor de dagopvang (€ 11,23 per 1 januari 2026) en een VVE-toeslag (maximaal € 1,-) wanneer het een geïndiceerde doelgroeppeuter betreft vanwege het aanbod van voorschoolse educatie (dit komt op € 12,23 in 2026). 4.. De subsidienorm inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie wordt berekend over het aantal peuters waaraan in het kindercentrum op 1 januari van het betreffende jaar voorschoolse educatie wordt aangeboden X tien uur x uurtarief van €58,-. Hierbij worden slechts peuters meegeteld die tussen tweeëneenhalf en vier jaar oud zijn en behoren tot de op grond van artikel 167, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Wet op het primair onderwijs vastgestelde doelgroep.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel