Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Reikwijdte

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Opsterland

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2.. Het bestuursorgaan past voor participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevings-visie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in ar-tikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omge-vingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de mo-tiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. 3.. Er vindt geen participatie plaats als: het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; inzet van capaciteit en middelen voor participatie naar het oordeel van het bestuursor-gaan niet doelmatig zou zijn; sprake is van uitvoering van hogere regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft; het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat; of het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel