Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 10

en 11

Onderdeel van Verordening maatregel IOAW IOAZ Oisterwijk 2010

Ten opzichte van de WWB-afstemmingsverordening zijn in deze bepaling geen gedragingen opgenomen die verband houden met het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid. Dit houdt verband met het feit dat juist bij deze gedragingen de IOAW en IOAZ de mogelijkheid biedt tot tijdelijke of blijvende (gedeeltelijke) weigering van de uitkering. De sanctie bij deze vorm van gedragingen is daarom in een apart hoofdstuk opgenomen. In het tweede lid artikel 11 is uitwerking gegeven aan de binnen de IOAW geboden mogelijkheid om ook bij het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid de uitkering (gedeeltelijk) te weigeren. Deze bepaling geldt dus niet voor personen met een IOAZ uitkering. De IOAZ kent namelijk geen mogelijkheid om een maatregel op te leggen als de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden niet wordt nagekomen. Indien gekozen wordt voor volledige weigering, kan de belanghebbende in wezen per direct aankloppen voor een aanvulling in het kader van de WWB. Binnen het kader van de WWB zal dan moeten worden beoordeeld of belanghebbende recht heeft op WWB (in afwijking van de IOAW en IOAZ kent de WWB een beperkte vermogensvrijlating en een ruimer inkomensbegrip) en in hoeverre het maatregelwaardige gedrag ook binnen de WWB tot een verlaging zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel