1.Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin
de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden
waarin hij verkeert.
2.Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de maatregel
een maand.
3.De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt verdubbeld,
indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een
verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee
een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregel IOAW IOAZ Oisterwijk 2010