Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het
college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een
uitkering is verleend.
Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd
na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
2.Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor
dringende redenen aanwezig acht.
3.Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van
dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 7.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Verordening maatregel IOAW IOAZ Oisterwijk 2010