Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Definities en begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen gemeente IJsselstein 2026

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerzone: gebied waarbinnen een daartoe vastgesteld tarief geldt voor het betaald parkeren en waar met de verleende parkeervergunning op een parkeerapparatuurplaats en/of vergunninghoudersparkeerplaats mag worden geparkeerd; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; vergunning: een door het college verleende vergunning voor het parkeren zoals geregeld en beschreven in de Parkeerverordening gemeente IJsselstein 2022.

Rechtspraak bij dit artikel