Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Hoogte individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag (WIL) 2026

1.. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt eenmalig per kalenderjaar 40% van de toepasselijke netto maandelijkse bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, zoals deze geldt op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. 2.. Bij de bepaling van de toepasselijke bijstandsnorm wordt onderscheid gemaakt tussen: Alleenstaanden: gekoppeld aan de bijstandsnorm voor een alleenstaande; Gezamenlijke huishouding: gekoppeld aan de bijstandsnorm voor gehuwden; Overige personen: gekoppeld aan de kostendelersnorm voor een huishouden van twee personen. 3.. De berekende bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. 4.. Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de Participatiewet, heeft de rechthebbende partner recht op de toeslag naar de hoogte die voor hem of haar zou gelden als alleenstaande of alleenstaande ouder. 5.. Voor de toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie op de peildatum bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel