Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Criteria voor toekenning van een individuele voorziening

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder, houdende algemene regels over jeugdhulp (Verordening jeugdhulp Den Helder 2025)

1.. Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en/of de jeugdarts, komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een individuele voorziening als het jeugdteam van oordeel is dat de jeugdige en/of ouder(s) jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. 2.. Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1 van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. 3.. Een andere of overige voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: daadwerkelijk beschikbaar is; en passend en toereikend is voor de hulpvraag. 4.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het jeugdteam de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 5.. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid wordt beoordeeld door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. 6.. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in: de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut, of de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden. 7.. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. 8.. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel