Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Tijdelijke plaatsing publiciteitsborden

Onderdeel van Algemene regels tijdelijk plaatsen publiciteitsborden

1.. De publiciteitsborden mogen: geen hinder of schade veroorzaken; niet worden geplaatst voor inritten en bij kruispunten; de bruikbaarheid van de openbare weg niet belemmeren. Daarvan is in ieder geval sprake als: op het trottoir geen doorgang wordt gewaarborgd van minimaal 100 centimeter; geen 1,5 meter vrije doorgang wordt gelaten op een voetpad, of geen twee meter vrije doorgang wordt gelaten voor fietsers of gemotoriseerd verkeer en een vrije doorgang van 3,5 meter voor hulpdiensten en toeleveringsbedrijven, en geen 4,5 meter doorgangshoogte wordt gelaten. 2.. De publiciteitsborden mogen niet de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Als dit wel gebeurt, worden deze borden zonder voorafgaande waarschuwing door de gemeente verwijderd op kosten van de melder. 3.. Publiciteitsborden mogen uitsluitend worden geplaatst op door het college aangewezen plaatsen, zoals aangegeven in de lijst in de bijlage. 4.. De publicatieborden mogen maximaal twee weken voorafgaand aan het evenement worden geplaatst tot uiterlijk drie dagen na het evenement. Overblijfselen van vernielde borden dienen door de melder te worden opgeruimd. Blijft deze in gebreke dan worden de noodzakelijke werkzaamheden tot verwijderding door de gemeente op kosten van de melder verricht. 5.. Borden mogen niet worden geplaatst in plantsoenen of tegen bomen. 6.. Maximaal één bord per lichtmast mag worden geplaatst. 7.. Het plaatsen van een publiciteitsbord is pas toegestaan nadat de melding door de gemeente is ontvangen en de locaties door de gemeente aan de melder zijn toebedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel