Naar hoofdinhoud

Artikel 6.0

Het proces

Onderdeel van Beleid pré-mantelzorgwoningen Pijnacker-Nootdorp

Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning is altijd een omgevingsvergunning nodig. Om dit zo makkelijk mogelijk te laten verlopen geven we hieronder een toelichting op dat proces en de stappen die daarvoor moeten worden genomen. 6.1 De tijdelijke omgevingsvergunning De tijdelijke omgevingsvergunning moet worden aangevraagd door de eigenaar van de grond. Meestal is dat dezelfde persoon als degene die eigenaar is van de hoofdwoning. De mogelijkheden voor een pré-mantelzorgwoning zijn gebaseerd op de persoonlijke omstandigheden van de zorgvrager en de zorgverlener. Denk aan de medische indicatie en de duurzame sociale relatie. De omgevingsvergunning voor de pré-mantelzorgwoning is dan ook persoonsgebonden. Dit houdt in dat er per wijziging van de zorgontvanger(s) of zorgverlener(s) er een schriftelijke mededeling gedaan wordt aan het college. Het college zal oordelen of er een nieuwe aanvraag ingediend moet worden. 6.2 Participatiebeleid De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een participatiebeleid vastgesteld. Wij adviseren u gebruik te maken van het stappenplan dat in het participatiebeleid is opgenomen en vragen u om aan te geven of en op welke manier u omliggende bewoners meegenomen in het proces. Via bijgevoegde link kunt u hierover meer informatie vinden: https://www.pijnacker-nootdorp.nl/politiek-en-organisatie/participatiebeleid/ 6.3 Tijdelijke omgevingsvergunning en uitblijven mantelzorgsituatie We verlenen een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van 10 jaar voor een pré-mantelzorgwoning die aan alle voorwaarden voldoet. We vragen bij de medische verklaring om 10 jaar vooruit te kijken. Wanneer na 10 jaar de mantelzorgsituatie toch nog niet is ontstaan, dan kan de termijn voor de tijdelijke omgevingsvergunning met nog maximaal 5 jaar worden verlengd. De omgevingsvergunning vervalt bij overlijden, verhuizen of het ontstaan van de mantelzorgsituatie. Bij het laatste voorbeeld gaat de vergunningsvrije situatie in. (Illustratie rollator en wandelwagen, bron: maxvandaag.nl) 6.4 Beëindigen van pré-mantelzorgsituatie Wanneer geen verlenging van de pré-mantelzorgwoning wordt aangevraagd en verleend en er geen sprake is van mantelzorg dan moet deze beëindigd worden. Wanneer u de pré-mantelzorg in een permanent gebouw heeft gesitueerd, moeten de elementen die de pré-mantelzorgwoning tot woning maken verwijderd worden. Dit zijn de badkamer, het toilet en de keuken. Wanneer een tijdelijke unit is geplaatst dan moet deze geheel verwijderd worden. Dit moet binnen 6 maanden na afloop van de omgevingsvergunning gedaan zijn. Om ervoor te zorgen dat het voor de gemeente inzichtelijk is waar pré-mantelzorgwoningen zijn, is het belangrijk dat bij het beëindigen van de pré-mantelzorgsituatie het college schriftelijk (binnen 2 maanden) op de hoogte worden gesteld. 6.5 Handhaving Het kan zo zijn dat de pré-mantelzorgwoning anders wordt gebruikt. Bijvoorbeeld door een ander huishouden dan waarvoor de vergunning is verleend, door een huishouden dat geen pré-mantelzorg ontvangt of gedurende een periode die langer is dan dat de vergunning is verleend. In die gevallen moeten wij handhavend optreden. 6.6 Kosten Voor het plaatsen en het uiteindelijk verwijderen van de pré-mantelzorgwoning worden kosten gemaakt. Deze kosten zijn voor de zorgvrager en zorgverlener zelf. De gemeente heeft hier geen rol in. 6.7 Hardheidsclausule Wij realiseren ons dat er situaties kunnen ontstaan waarin dit beleid niet voorziet (zie het voorbeeld hiernaast). Het kunnen talloze persoonlijke omstandigheden zijn, waar we niet van tevoren op kunnen anticiperen. Wij hebben de risico’s van oneigenlijk gebruik en handhaving afgewogen tegen de bijdrage die pré-mantelzorgwoningen kunnen leveren aan het voor elkaar zorgen. Daarin vinden wij het belang van het voor elkaar zorgen groter. Om te voorzien in uitzonderlijke situaties is de hardheidsclausule opgenomen. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 4:84 Awb in onvoorziene omstandigheden gemotiveerd afwijken van dit beleid. Dat betekent dat het bestuursorgaan in principe handelt overeenkomstig het beleid, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het doel wat met het beleid wordt gediend. Deze mogelijkheid moet bestaan omdat er altijd bijzondere omstandigheden kunnen zijn die bij toepassing van het beleid in een concreet geval tot onevenredige hardheid kunnen leiden. Afwijken kan zowel in positieve zin als in negatieve zin. Afwijken in positieve zin houdt in dat er zich bijzondere omstandigheden voordoen die afwijken van het beleid noodzakelijk maken en er geen redelijke alternatieven bestaan om hierin te voorzien, mits de ruimtelijke consequenties beperkt blijven en geen vrees bestaat voor ongewenste precedentwerking. Afwijken in negatieve zin kan ook. Dat kan gebeuren wanneer een verzoek weliswaar past binnen het beleid maar dat gelet op de bijzondere omstandigheden geen medewerking dient te worden verleend. Voorbeeldsituatie voor de hardheidsclausule Het fictieve echtpaar De Groot van 75 jaar gaat in een pré-mantelzorgwoning wonen. De verwachting was dat binnen 10 jaar de mantelzorgsituatie ontstaan zou zijn. Echter is het echtpaar inmiddels 90 en is na 15 jaar nog steeds gezond en niet toe aan een mantelzorg. Dit zou betekenen dat het echtpaar uit de pré-mantelzorgwoning zou moeten en ergens anders moeten wonen. In deze situatie zou de hardheidsclausule ingezet kunnen worden. We zoeken dan een juridisch juiste procedure om dit mogelijk te maken. 6.8 Evaluatie Met dit beleid willen we ten eerste het mogelijk maken om pré-mantelzorgwoningen te plaatsen waarbij er met regels gestuurd wordt. Ten tweede willen we met het beleid aangeven wanneer de gemeente wel en niet een vergunning verleend voor het plaatsen van een pré-mantelzorgwoning. Doordat dit beleid nieuw is willen we over 2 jaar monitoren hoeveel vergunningen zijn aangevraagd, hoeveel vergunningen zijn verleend en geweigerd en of er om andere redenen aanleiding is om dit beleid te herzien. Deze monitoring zal via de actieve informatieplicht aan de raad worden aangeboden. Eventuele aanpassingen van de nota zullen ter besluitvorming worden aangeboden aan de raad. 6.9 Samenvatting voorwaarden proces pré-mantelzorgwoning De tijdelijke omgevingsvergunning moet worden aangevraagd door de eigenaar van de grond; De vergunning voor de pré-mantelzorgwoning is persoonsgebonden. Bij iedere wijziging van zorgontvanger(s) of zorgverlener(s) moet er een schriftelijke mededeling gedaan worden aan het college. Dit kan ertoe leiden dat er een nieuwe omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. U moet bij de aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning aangeven of en op welke manier u omliggende bewoners hebt betrokken. Wij adviseren u gebruik te maken van het stappenplan in het participatiebeleid Pijnacker-Nootdorp; De tijdelijke omgevingsvergunning wordt voor maximaal 10 jaar verleend en eindigt eerder bij overlijden, verhuizing of ontstaan van de mantelzorgsituatie. Wanneer na 10 jaar de mantelzorgsituatie toch nog niet is ontstaan, dan kan de termijn voor de tijdelijke omgevingsvergunning met nog maximaal 5 jaar worden verlengd; Wanneer geen verlenging van de pré-mantelzorgwoning wordt aangevraagd en verleend en er geen sprake is van mantelzorg dan moet deze beëindigd worden. Wanneer u de pré-mantelzorg in een permanent gebouw heeft gesitueerd, moeten de elementen die de pré-mantelzorgwoning tot woning maken verwijderd worden. Dit zijn de badkamer, het toilet en de keuken. Wanneer een tijdelijke unit is geplaatst dan moet deze geheel verwijderd worden. Dit moet binnen 6 maanden na afloop van de omgevingsvergunning gedaan zijn. Over het beëindigen van de pré-mantelzorgsituatie moet het college schriftelijk (binnen 2 maanden) worden geïnformeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel