Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Het aanvragen van een SMI

Onderdeel van Verordening Sociaal-medische indicatie gemeente Huizen 2025

3.1 Aanvraag Om in aanmerking te komen voor kinderopvang met een SMI, moet de ouder contact opnemen met de gemeente en aangeven dat het om een SMI gaat. Na de melding voert een consulent maatschappelijke zaken HBEL een gesprek met de ouder. Na het gesprek met een consulent van maatschappelijke zaken HBEL kan de ouder via het gemeentelijke aanvraagformulier voor een individuele voorziening een aanvraag voor kinderopvang met een SMI indienen. De ouder moet dit formulier invullen. De volgende gegevens moeten in ieder geval worden vermeld: woonplaats, naam en leeftijd van het kind/de kinderen waarvoor kinderopvang wordt aangevraagd. een kopie van een plaatsingsovereenkomst met een kinderopvanginstelling die in het Landelijk Register Kinderopvang is ingeschreven. (Als zo’n kopie beschikbaar is.) gegevens over het gezinsinkomen. eventueel aanvullende gegevens die het college nodig heeft om de aanvraag te beoordelen. 3.2 Vaststelling SMI Het college vraagt advies aan een (medisch) deskundige, onafhankelijke adviseur om te beoordelen of het een SMI kan verlenen. Dit is niet nodig als een consulent maatschappelijke zaken HBEL direct kan vaststellen dat een ouder door zijn of haar omstandigheden recht heeft op SMI. De SMI-vaststelling, zoals beschreven bij 1, bevat in ieder geval: de reden die kinderopvang noodzakelijk maakt. de naam van de persoon voor wie de indicatie geldt. de soort en de omvang van de gewenste kinderopvang. de geldigheidsduur van de indicatie. 3.3 Beoordeling aanvraag en inhoud besluit Nadat een SMI is vastgesteld, beoordeelt het college of er sprake is van voorliggende voorzieningen of andere redenen om een SMI te weigeren, zoals omschreven in artikel 2.6. Als er geen redenen zijn om een SMI te weigeren, dan stelt het college vast: dat er recht is op een tegemoetkoming. wat de ingangsdatum, omvang en duur van de tegemoetkoming zijn. welke eventuele rechten en plichten er voor de tegemoetkoming gelden. Het college neemt op basis van de SMI een toekenningsbesluit. In dit besluit staat waarom er een tegemoetkoming wordt gegeven en beschrijft welke kinderopvang er nodig is en hoeveel. Ook stelt het college het plan van aanpak voor de uitvoering vast. In dit plan staat dat de ouder de kinderopvang op tijd moet opzeggen. Er staat ook in dat de ouder de kinderopvang op tijd moet verlengen als dat nodig is. Verder staan de mogelijke rechten en plichten die bij de tegemoetkoming horen in het plan van aanpak. Het college beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken nadat het de aanvraag heeft ontvangen. Deze beslistermijn kan het college met maximaal 8 weken verlengen. 3.4 Berekeningsgrondslag tegemoetkoming De consulent HBEL die de aanvraag in behandeling neemt, berekent de hoogte van de tegemoetkoming op basis van het gezinsinkomen. Daarbij wordt de toetsingstabel van de Regeling indexering kinderopvang van de Belastingdienst gebruikt. De tegemoetkoming voor een kind wordt voor maximaal 230 uur per maand gegeven. De maximale uurprijsvergoeding is hetzelfde als de maximale uurprijsvergoeding die de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. 3.5 Duur tegemoetkoming De tegemoetkoming geldt voor maximaal 12 maanden. De tegemoetkoming gaat in op de datum die in het plan van aanpak staat. Als de werkelijke startdatum van de kinderopvang later is dan in het plan van aanpak staat, geeft het college de tegemoetkoming pas af op de werkelijke startdatum. Als er zwaarwegende redenen zijn, is het mogelijk om de tegemoetkoming 1 keer te verlengen met maximaal 6 maanden. 3.6 Weigeringsgronden Het college wijst de aanvraag helemaal of voor een deel af als: de ouder aanspraak kan maken op een passende voorliggende vergoeding, tegemoetkoming, uitkering of voorziening voor kinderopvang. Daarmee bedoelen we in ieder geval: een tegemoetkoming vanuit de Wet Kinderopvang een vergoeding of voorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een vergoeding of voorziening vanuit de (Wet langdurige zorg (Wlz) een bijdrage van de werkgever opvang in een medisch kinderdagverblijf of een plaats binnen voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) een tegemoetkoming of uitkering van het UWV een tegemoetkoming of uitkering vanuit de Participatiewet de mogelijkheid voor informele opvang (bijvoorbeeld door familie of bekenden) een vergoeding in het kader van het buitenhuisproject 1 Het Buitenhuisproject in Huizen biedt kwetsbare kinderen uit probleemgezinnen een veilige, steunende plek buiten het gezin om hun welzijn te verbeteren en uithuisplaatsing te voorkomen. een tegemoetkoming voor kostwinnerpeuters de aanvrager niet binnen de doelgroep valt die in artikel 2 van deze verordening wordt omschreven. er opvang mogelijk is bij een instelling voor kinderopvang die niet geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het college wijst de aanvraag af als het om een herhaalde aanvraag gaat binnen 30 maanden na het vorige besluit en er geen nieuwe feiten of andere omstandigheden zijn. Het college wijst de aanvraag af als er binnen 30 maanden voor de aanvraag een tegemoetkoming is gegeven op basis van het buitenhuisproject. 3.7 Uitkering van de tegemoetkoming Het college betaalt de tegemoetkoming in de kosten na (maandelijkse) facturering aan de ouder of de opvangorganisatie. Dit staat ook in het plan van aanpak. Het college keert de tegemoetkoming uit als het een kopie van de plaatsingsovereenkomst kinderopvang heeft ontvangen. 3.8 Opnieuw onderzoeken, stoppen en terugvorderen Het college kan het recht op de tegemoetkoming in de volgende gevallen herzien of stoppen: De gegevens waarop het college de hoogte van de bijdrage heeft gebaseerd, heeft de ouder verkeerd of niet volledig doorgegeven. Belangrijk hierbij is dat de ouder had kunnen weten dat de bijdrage niet of deels was uitbetaald als de gegevens juist waren geweest. De ouder heeft zonder geldige reden en toestemming van het college niet of niet volledig gebruikgemaakt van de kinderopvang. Het college kan het recht op tegemoetkoming helemaal of voor een deel beëindigen als: de ouder de afspraken die in het plan van aanpak en de beschikking staan niet nakomt. de kinderopvang niet, in mindere mate of niet meer plaatsvindt zoals in het plan van aanpak staat. de ouder en/of het kind niet meer in het college Huizen woont/wonen. de sociaal-medische indicatie vervalt. de ouder gebruik kan maken van een andere regeling, zoals omschreven in artikel 3.6.1.a van deze verordening. Het college kan na herziening of intrekking van een besluit de tegemoetkoming helemaal of voor een deel stoppen. Het college kan het bedrag dat te veel is uitbetaald, terugvragen (terugvordering). 3.9 Inlichtingenplicht De ouder of de belanghebbende is verplicht om belangrijke informatie over zijn of haar persoonlijke situatie aan het college door te geven. Het gaat daarbij om informatie waarvan het logisch is dat het college die nodig heeft om een besluit te nemen over het recht van een inwoner op de tegemoetkoming en de hoogte van die tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel