Naar hoofdinhoud
1.. Het verbranden is niet toegestaan: Tussen zonsondergang en zonsopgang; op een zondag of feestdag; tijdens een waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging; bij mist of neerslag; bij een windkracht kleiner dan één of groter dan drie Beaufort; als het heel erg droog is (fase 2 of fase extra alert). Controleer dit op www.natuurbrandgevaar.nl; 2.. De brandstapel dient stabiel te worden opgebouwd, dat wil zeggen: op een dusdanige manier dat tijdens het verbranden van het hout de stapel niet naar buiten toe uiteen kan vallen; 3.. De brandstapel is maximaal 30 m3; 4.. Nabij de stooklocatie moet te allen tijde een brandblusvoorziening, bijvoorbeeld in de vorm van voldoende water, aanwezig zijn om een beginnende ongewenste secundaire brand te kunnen blussen; 5.. Bij het aansteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt worden van aanmaak stoffen zoals afgewerkte olie, benzine, petroleum, autobanden en dergelijke. Wel toegestaan zijn schoon onbehandeld hout en papier. Het aansteken met een gasbrander is een bruikbaar alternatief; 6.. Tijdens het stoken dient iemand aanwezig te zijn van 18 jaar of ouder. Deze persoon draagt zorg voor een goede verbranding, zodat geen vonken opstijgen en zo min mogelijk rookontwikkeling optreedt; 7.. Aanwezige omstanders moeten bovenwinds staan, zodat zij niet in de rook of in het vliegvuur staan; 8.. Het stoken mag geen overlast (rook, roet, stof, walm of geur en dergelijke) of gevaar voor de omgeving opleveren; 9.. Aan het vuur mag geen ander (besmettelijk ziek) hout of materiaal dan waarvoor de vergunning is verleend worden toegevoegd; 10.. Het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro of dergelijke gemakkelijk opstijgende materialen worden onderhouden; 11.. Indien het door weersomstandigheden of andere redenen niet mogelijk is om op de beoogde datum te stoken, dient met de ODR een nieuwe datum te worden afgestemd; 12.. Op de stooklocatie dient een afschrift van de vergunning aanwezig te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel