Naar hoofdinhoud
1.. De bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek kan worden verstrekt aan een huishouden dat: een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van de wet, eventueel aangevuld met algemene bijstand op grond van artikel 19 van de Participatiewet, en; vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en; een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b. 2.. Tot het gezin wordt niet gerekend de persoon die op de datum van aanvraag: niet woonachtig is in de gemeente Diemen; is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; 3.. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen, voor zover dit de vermogensgrenzen van de toeslagen niet te boven gaat. 4.. Op het moment dat het gezin gedurende het jaar gescheiden gaat leven en er in dat betreffende jaar recht op compensatie bestaat, heeft ieder recht op de helft van het compensatie bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel