Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening parkeerbelastingen Heerlen 2026

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 1 maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren inwerkingstellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. 4.. In afwijking in het bepaalde in lid 3, moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig de aangifte, indien deze langs elektronische weg wordt gedaan, meteen worden betaald. 5.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel