Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening burgerinitiatief gemeente Breda 2014

1.. De voorzitter van de raad informeert het Fractievoorzittersoverleg in de eerstvolgende vergadering van dit overleg over een ontvangen burgerinitiatief, tenzij de agenda hiervoor reeds is verzonden. 2.. Het Fractievoorzittersoverleg adviseert de voorzitter van de raad over de vraag aan welke raadscommissie een door de voorzitter van de raad doorgeleid burgerinitiatief voor advies wordt voorgelegd, waarna de voorzitter van de raad hierover besluit. 3.. De voorzitter van de raad zendt het voorstel, op de juiste wijze geredigeerd, voor advies aan een door hem aangewezen raadscommissie. Tevens zendt hij het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders. 4.. Alvorens de raadscommissie zijn advies aan de raad uitbrengt, wordt het college in de gelegenheid gesteld een advies aan de commissie te zenden. Het college krijgt hiervoor zes weken de gelegenheid, te rekenen vanaf de dag waarop het initiatiefvoorstel van de voorzitter van de raad is ontvangen. 5.. De raadscommissie agendeert het voorstel voor zijn eerstvolgende reguliere vergadering, nadat het advies van het college is ontvangen, tenzij de uitnodiging en agenda voor deze vergadering al is verzonden. 6.. De voorzitter van de raadscommissie stelt een of meer initiatiefnemers, als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gelegenheid om deel te nemen aan de beraadslaging in de commissie over het burgerinitiatief. 7.. De Raad besluit over het initiatiefvoorstel in de eerstvolgende reguliere vergadering nadat de commissie hierover advies heeft uitgebracht tenzij de agenda hiervoor reeds is verzonden. 8.. In bijzondere omstandigheden kan de voorzitter van de raad toestemming verlenen om van de, in lid 1,4, 5 en 6 gestelde termijnen af te wijken. 9.. De voorzitter van de raad informeert de initiatiefnemer over de procedurele behandeling alsmede over het uiteindelijke besluit van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel