**1..** In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);
Besluit: het besluit individuele voorzieningen (Biv) waarin
door het college (jaarlijks) nadere regels gesteld worden
ten aanzien van de voorwaarden waaronder een voorziening
wordt verstrekt en de bijbehorende bedragen;
Beleidsregels Wmo: door het college vastgestelde
(uitvoerings)richtlijnen individuele voorzieningen Wmo.
Doelgroep: mensen met een verstandelijke of lichamelijke
beperking, een chronisch psychisch probleem en mensen met
een psychosociaal probleem; mantelzorgers en
vrijwilligers.
Compensatieplicht: opdracht aan het college om de doelgroep
Wmo door het treffen van voorzieningen een zodanige
uitgangspositie te verschaffen, dat zij in aanvaardbare mate
zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke
participatie.
College: burgemeester en wethouders van Oisterwijk.
Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het
uitvoeren van activiteiten;
Persoon met beperkingen: persoon die ten gevolgen van ziekte
of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en een
psychosociaal probleem, aantoonbare beperkingen ondervindt
bij de maatschappelijke participatie.
Zelfredzaamheid: lichamelijke, verstandelijke, geestelijke
of financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die
normale deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk
maken.
Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een
huishouden; het normale gebruik van de woning; het zich in
en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen
dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale
en landelijke vervoerssystemen; het ontmoeten van andere
mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden
om op die manier deel te nemen aan het lokale
maatschappelijke leven.
Rolstoelvoorziening: voorziening die de persoon met
beperkingen - zijnde een verstandelijke of lichamelijke
beperking - in staat stelt zich in en om de woning te
verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie
is.
Aanvrager: een persoon behorend tot de doelgroep Wmo, die
een individuele voorziening aanvraagt.
Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als
bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet.
Algemene voorziening: een voorziening, die wordt geleverd op
basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en
compenserende oplossing biedt voor de beperkingen die een
persoon ondervindt.
Individuele voorziening: een voorziening die individueel
wordt aangeboden wanneer een algemene voorziening geen
compenserende oplossing biedt.
Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen
tot het gangbare gebruiks-, bestedings,- en
verzorgingspatroon van een persoon als de aanvrager
behorend.
Eigen bijdrage: een bij de verlening van een voorziening in
natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor
rekening van de aanvrager komende wettelijke bijdrage die
vastgesteld en geïnd wordt door het CAK.
Eigen aandeel: een door het college te berekenen eigen
aandeel in de kosten dat, bij een verstrekking van een
financiële tegemoetkoming, voor de aanvrager blijft. Het
eigen aandeel wordt opgelegd en geïnd door het CAK.
Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
verstrekt.
Voorziening anders dan in natura: een voorziening in de vorm
van een PGB of financiële vergoeding waarmee een aanvrager
de individuele voorziening zelf kan kopen.
Persoonsgebonden budget (pgb): een geldbedrag waarmee de
aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan
verwerven en waarop de in deze verordening en het besluit
(Biv) te stellen regels van toepassing zijn;
Vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget:
vergelijkbaar houdt in dat de aanvrager dezelfde
ondersteuning moet kunnen inkopen als de aanvrager die kiest
voor zorg in natura. Toereikend betekent dat de aanvrager
minimaal moet kunnen voldoen aan de wettelijke
verplichtingen, zoals het minimumloon.
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten
van een voorziening die kan worden afgestemd op het inkomen
van de aanvrager;
Financiële vergoeding: een vergoeding bedoeld voor hulp bij
het huishouden uitgevoerd door een alfahulp
Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet
werk en bijstand (WWB), omgerekend tot een bedrag per
kalenderjaar, waarbij deze normen:
voor een aanvrager van 21 tot 65 jaar die een alleenstaande
of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting
verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in
artikel 25 lid 2 van de WWB;
voor een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde, die
in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de
bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 van de WWB.
Inkomen: het netto inkomen over het kalenderjaar
waarover de aanvraag wordt ingediend. De werkwijze
bij vaststelling van het netto inkomen is uitgewerkt
in het Biv;
Medische noodzaak: een door een indicatiesteller of
externe arts/adviseur vastgestelde noodzaak om tot
verstrekking over te gaan van één of meerdere
voorzieningen met als doel de door aanvrager ervaren
beperkingen te compenseren;
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt
voor permanente bewoning, waar de aanvrager zijn
vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de
gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat
of ingeschreven zal staan, of het feitelijke
woonadres als de aanvrager iemand met een briefadres
is;
Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse
ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar
onderling te bieden omdat ze een gezamenlijk
huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke
verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren
van dat huishouden. Bij hulp bij het huishouden
geldt dat wanneer een of meerdere meerderjarige
huisgenoten in staat zijn het huishoudelijk werk te
verrichten, omdat zij geen last ondervinden van
medische, psychische en/of sociale problemen, er
geen aanspraak bestaat op een voorziening;
Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een
woongebouw, niet behorende tot de woning, bestemd en
noodzakelijk om de woning van de aanvrager te
bereiken (entree, portiek, galerij e.d.);
Goedkoopst compenserend: de goedkoopste voorziening
van mogelijk diverse compenserende voorzieningen.
Compenserend betekent dat wanneer meer voorzieningen
als compensatie voor de vastgestelde beperkingen
kunnen worden aangemerkt, de goedkoopste voorziening
kan worden verstrekt. De voorziening dient voor de
aanvrager in ieder geval doelmatig en doeltreffend
te zijn;
Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de
aanvrager duurzaam een gemeenschappelijke
huishouding voert;
Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die
al dan niet tezamen met een of meer minderjarige(n)
duurzaam in familiebetrekking een huishouden voert,
dan wel uit een ongehuwd meerderjarige die met een
of meer minderjarige(n) in familiebetrekking
duurzaam een huishouden voert;
Anti-revaliderend: een voorziening die gevraagd
wordt voor het opheffen van beperkingen, maar
waaruit medisch advies blijkt dat deze niet
compenserend is en zelfs het revalidatieproces
tegenwerkt.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en
de Awb.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
– Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011