Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.3

- Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011

1.. Een voorziening wordt alleen toegekend wanneer: de voorziening langdurig noodzakelijk is, met uitzondering van hulp bij het huishouden, welke ook voor korte duur kan worden geïndiceerd; de aanvrager door de beperkingen als genoemd onder f van dit artikel, niet in aanvaardbare mate in staat is om: -. een huishouden te voeren; -. de woning op normale wijze te gebruiken; -. zich te verplaatsen in en om de woning; -. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; -. mensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan; de voorziening, naar objectieve maatstaven gemeten, als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht; de aanvrager woonachtig is in de gemeente Oisterwijk; de aanvrager een verstandelijke of lichamelijke beperking, een chronisch psychisch probleem en een psychosociaal probleem heeft. 2.. Het college weigert een voorziening: wanneer de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is. In het Biv worden de algemeen gebruikelijke voorzieningen vastgelegd; voor zover op grond van een andere wettelijke bepaling aanspraak op een voorziening bestaat; wanneer een voorziening als waarop de aanvraag betrekking heeft eerder is verleend en de normale afschrijvingsduur voor die voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder verleende voorziening geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor het maken van de kosten; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; wanneer en voor zover op grond van de verstrekte gegevens niet kan worden vastgesteld dat recht op een voorziening bestaat; indien een voorziening niet noodzakelijk is vanwege redelijkerwijs te vergen medewerking van de aanvrager zelf of van anderen in diens omgeving (gebruikelijke zorg), om bij te dragen aan een oplossing voor het zich voordoende probleem; aan personen die verblijven in een instelling die ingevolge de Wet toelating zorginstellingen (AWBZ en Zorgverzekeringswet) is toegelaten, uitzondering hierop zijn rolstoelvoorzieningen. Wanneer uit medisch advies blijkt dat de gevraagde voorziening anti-revaliderend is en daarmee de beperking in stand houdt of doet verergeren.

Rechtspraak bij dit artikel