Een aanvrager kan voor hulp bij het huishouden in aanmerking komen
wanneer:
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken
onmogelijk is door ziekte of gebrek inclusief chronische
psychische en psychosociale problemen of
de persoon problemen ondervindt door gedeeltelijke, gehele of
dreigende uitval van de mantelzorg (respijtzorg).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
– Aanspraak op de voorziening
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011