Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

– Persoonsgebonden budget (Pgb)

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011

1.. Aanvrager ontvangt een geldbedrag om de voorziening aan te schaffen of de hulp in te kopen (bij HbH). 2.. De hoogte van het Pgb is toereikend om tot een met zorg of een voorziening in natura vergelijkbaar resultaat te komen. 3.. Aanvrager sluit een zorgovereenkomst met een niet door het college gecontracteerde zorgaanbieder (bij HbH). 4.. Er wordt een gedifferentieerd tarief gebruikt voor HbH. Er wordt onderscheid gemaakt tussen formele zorg (van een professionele zorgaanbieder) en informele zorg (van een niet-professionele zorgaanbieder, zoals familielid, buur, kennis e.d.). 5.. De hoogte van een Pgb voor formele zorg (HbH) is gebaseerd op een uurtarief dat gangbaar is bij een door het college gecontracteerde zorgaanbieder. 6.. De hoogte van een Pgb voor informele zorg (HbH) is afgeleid van het wettelijk minimumloon. 7.. Bedragen voor het Pgb worden in het Biv vastgelegd. 8.. Het college weigert een Pgb voor hulp bij het huishouden voor ontregelde huishoudens (HbH3). 9.. Het college weigert een Pgb wanneer er sprake is van een financiële situatie waardoor de aanvrager niet over het Pgb zou kunnen beschikken. 10.. Het college weigert een Pgb voor een kindervoorziening. 11.. Wanneer het college een Pgb weigert wordt een voorziening in natura verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel