Het college verstrekt woonvoorzieningen ter compensatie van ergonomische
beperkingen die iemand ondervindt bij het normale gebruik van de
elementaire woonruimten (woonkamer, in gebruik zijnde slaapkamers,
keuken en sanitaire ruimtes) en het uitvoeren van de algemene dagelijkse
levensverrichtingen (maaltijdbereiding, was doen).
Een woonvoorziening kan bestaan uit:
een voorziening in natura;
een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;
een niet bouwkundige of niet woontechnische (roerende)
woonvoorziening;
een persoonsgebonden budget voor een niet bouwkundige of niet
woontechnische (roerende) woonvoorziening;
een financiële tegemoetkoming in de kosten voor:
een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening
(woningaanpassing);
verhuis- en herinrichtingskosten;
onderhoud, keuring en reparatie van een in een woning
aangebrachte voorziening;
huurderving;
sanering van de woning in verband met een plotseling
optredende allergie.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
– Vormen van woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011