Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

– Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011

Het college weigert een woonvoorziening wanneer: de aanvrager zijn hoofdverblijf niet heeft of zal hebben in de woonruimte waarvoor de voorziening aangevraagd is; de voorziening aangevraagd wordt op een moment dat, op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de voorziening betrekking heeft op een luxer niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw; de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waaronder de toegankelijkheid van de woning) wordt ondervonden; de aanvraag voortkomt uit een verhuizing zonder dat hiervoor aanleiding bestond vanwege ergonomische belemmeringen bij het normale gebruik van de woning als gevolg van ziekte of gebrek; de aanvraag voortkomt uit een verhuizing waarvoor geen belangrijke reden aanwezig is. Belangrijke redenen zijn: baanaanvaarding elders, huwelijk of samenwonen; de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing dan wel de acceptatie van de nieuwe woning heeft plaatsgevonden voordat het college heeft besloten op de aanvraag, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing of acceptatie; de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest adequate woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing; de aanvraag een voorziening voor verhuis- en inrichtingskosten betreft en aanvrager: voor het eerst zelfstandig gaat wonen; verhuist naar een woning die niet bedoeld is om het hele jaar bewoond te worden; verhuist naar een AWBZ-instelling; niet verhuist naar de meest adequate woning gezien zijn ergonomische belemmeringen; de aanvraag betrekking heeft op een voorziening in een AWBZ-instelling; de aanvraag betrekking heeft op hotels/pensions, trekkerswoonwagens, vakantiewoningen en tweede woningen, met uitzondering van de vakantiewoningen die rechtmatig en permanent bewoond worden; de te treffen voorziening bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; de aanvraag betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleningen. Een voorziening wordt enkel verstrekt als de ruimte zonder de voorziening voor de aanvrager ontoegankelijk blijft; wanneer de voorziening anti-revaliderend is; bij achterstallig onderhoud en een voorziening gevraagd wordt ter renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd; De ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.

Rechtspraak bij dit artikel