Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

– Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011

1.. Bij de verlening van een vervoersvoorziening kan rekening worden gehouden met: de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager; de mate waarin de vervoersvoorziening in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en de mate waarin de vervoersbehoeften van partners samenvallen. 2.. Er wordt geen vervoersvoorziening verstrekt wanneer het (verzamel)inkomen van aanvrager hoger is dan de inkomensgrens van 1,5 maal het norminkomen. In het Biv is dit nader vastgelegd. 3.. Het college beëindigt de verstrekte vervoersvoorzieningen wanneer er sprake is van onvoldoende of ondeskundig gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel