**1..** Bij de verlening van een vervoersvoorziening kan rekening worden
gehouden met:
de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager;
de mate waarin de vervoersvoorziening in de individuele
vervoersbehoefte kan voorzien; en
de mate waarin de vervoersbehoeften van partners
samenvallen.
**2..** Er wordt geen vervoersvoorziening verstrekt wanneer het
(verzamel)inkomen van aanvrager hoger is dan de inkomensgrens van
1,5 maal het norminkomen. In het Biv is dit nader vastgelegd.
**3..** Het college beëindigt de verstrekte vervoersvoorzieningen wanneer er
sprake is van onvoldoende of ondeskundig gebruik.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
– Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011