Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3–

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen en besluit college 2011

1.. Een aanvrager kan voor een rolstoel in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek frequent zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de AWBZ of een andere wettelijke regeling geen compenserende oplossing bieden. 2.. Het college verleent geen rolstoelvoorziening voor incidenteel gebruik. 4.. Een aanvrager die verblijft in een instelling komt uitsluitend voor een rolstoel in aanmerking wanneer hij geen recht heeft op een rolstoel verstrekt op grond van de AWBZ. 5.. Er wordt geen pgb verstrekt voor kindervoorzieningen. Het verstrekken van een Pgb is vanwege de korte gebruiksduur (vanwege hun groei) economisch niet rendabel.

Rechtspraak bij dit artikel