**1..** Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend.
**2..** Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met:
de vaardigheden van de aanvrager;
de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager;
de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager;
het duurzame karakter van de voorziening; en
de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.
**3..** Daarnaast gelden navolgende uitgangspunten
Bij het bepalen van de inzet van voorzieningen wordt onderscheid gemaakt tussen wens en noodzaak waarbij geldt dat de inzet van voorzieningen redelijkerwijs noodzakelijk moet zijn om de doelstellingen te bereiken.
Brede ondersteuning is gericht op hulp, voorzieningen worden alleen ingezet als dat nodig is voor en langdurig bijdraagt aan de doelstelling in het plan van aanpak.
Indien het verstrekken van een materiële voorziening noodzakelijk is om een doelstelling in het plan van aanpak te bereiken, wordt bij de bepaling van de hoogte van deze voorziening een redelijk normbedrag gehanteerd. Dit normbedrag wordt afgeleid van de richtlijn van het Nibud van het lopende kalenderjaar.
Brede ondersteuning wordt in beginsel niet met terugwerkende kracht toegekend. Brede ondersteuning richt zich op de toekomst en kijkt welke ondersteuning er nodig is voor het maken van een nieuwe start.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 12.
Voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente Rijswijk 2025