Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 15.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de commissievergaderingen 2025

Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over één onderwerp. Het onderwerp dient te passen binnen de commissieonderwerpen en -voorstellen. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit de griffier en wel uiterlijk voor 12.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. Indien er meer aanmeldingen zijn voor het spreekrecht burgers dan zes aanmeldingen kan de commissievoorzitter besluiten de spreektijd terug te brengen tot drie minuten. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker doen.

Rechtspraak bij dit artikel